Misverstanden over nieuwe BTW-factuureisen - het BTW-identificatienummer van de afnemer

De misverstanden vloeien voort uit publicaties waarin wordt gesteld dat op een BTW-factuur altijd het BTW-identificatienummer van de afnemer moet worden vermeld. Dit is echter niet correct. De verplichting geldt uitsluitend in bepaalde situaties namelijk die > waarin de afnemer of de fiscaal vertegenwoordiger de BTW verschuldigd is (verlegging), en > waarin sprake is van intracommunautaire leveringen. Uitsluitend in deze situaties moet op de factuur het BTW-identificatienummer van de afnemer worden vermeld waaronder hij een levering of een dienst heeft afgenomen. Onder de huidige wetgeving geldt de verplichte vermelding van het BTW-identificatienummer van de afnemer uitsluitend voor een beperkt aantal diensten en voor intracommunautaire leveringen. Vanaf 1 januari 2004 geldt deze verplichting voor alle situaties waarin de BTW wordt verlegd naar de afnemer, ook in binnenlandse verhoudingen. Dit is onder meer van belang voor de bouw-, de scheepsbouw- en de confectiesector. De verleggingsregeling houdt in dat bij onderaanneming en uitlening van personeel de BTW-heffing wordt verlegd van degene die de prestatie verricht (de onderaannemer of de uitlener) naar degene die de prestatie afneemt (de aannemer of de inlener).

< terug

Bezoekadres: Smidswater 27, 2514 BW Den Haag | Postadres: Postbus 242, 2501 CE Den Haag | Telefoon: 085 - 273 60 75 | E-mail: info@spiritsnl.nl
Rekeningnummer: NL34ABNA0622643142 | BTW-nummer: NL 81.03.11.756.B.01 | KVK-nummer: 34167199