Wetgeving aroma's, additieven en enzymen gebundeld

De Europese Commissie concentreert in het Food Improvement Agents Package (FIAP) de regelgeving voor aroma's , additieven en enzymen in levensmiddelen. Deze is aangepast aan de laatste wetenschappelijke inzichten en tevens compacter geworden. Ook zijn de goedkeuringsprocedures versneld. Het Europese Parlement keurde op 8 juli jl het Food Improvement Agents Package (FIAP) goed. Naar verwachting zal de finale tekst nauwelijks meer veranderen en nog dit jaar in het EU-Publicatieblad verschijnen.

Via het FIAP-pakket worden de twaalf bestaande wetten op het gebied van aroma's, additieven en enzymen aangepast aan de wetenschappelijke bevindingen en gebundeld in nog slechts vier verordeningen. De vierde regelt de gemeenschappelijke goedkeuringsprocedure om een stof in de EU op de markt te mogen brengen. Door deze zogeheten comitologie procedure discussiëren Raad en Parlement niet langer mee over technische zaken in de goedkeuringsprocedure. Deze kunnen daardoor sneller verlopen: minimaal 23 maanden in plaats van vele jaren. Wel hebben Raad en Parlement het recht gekregen om het uiteindelijke voorstel al dan niet te aanvaarden. De goedgekeurde stof wordt vervolgens op een zogeheten communautaire, of positieve lijst geplaatst, samen met eventuele beperkingen ten aanzien van de dosering en/of het type levensmiddel waarin de stof mag worden toegepast. De verordening voor levensmiddelenaroma's zal de huidige Richtlijn 88/388/EEC vervangen. Deze richtlijn is in 1992 in de Nederlandse wetgeving opgenomen in de vorm van het ‘Warenwetbesluit Aroma's'. Opzet en intentie van de verordening zijn in grote lijnen dezelfde als die van de huidige richtlijn.

Toch zijn er wel enkele belangrijke wijzigingen te noemen. Een voedingsmiddelenfabrikant mag aroma's nog steeds met de term ‘aroma' op de verpakking van een levensmiddel vermelden. Echter, een aroma dat uitsluitend natuurlijke aromatiserende materialen bevat, mag de producent - in tegenstelling tot nu - niet zonder meer als ‘natuurlijk aroma' in de ingrediëntenlijst vermelden. Dat is alleen toegestaan als de smaak van het aroma niet kan worden gerelateerd aan de botanische of dierlijke bron van de aromatiserende materialen. Een voorbeeld: Alleen een aroma met een aardbeismaak die niet afkomstig is van aromatiserende componenten uit aardbeien, mag de producent aanduiden als ‘natuurlijke aroma'. Indien er gedeeltelijk aardbeicomponenten zijn gebruikt die tevens zorgen voor de aardbeismaak, mag de producent de nieuw geïntroduceerde declaratie ‘natuurlijk aardbei-aroma met andere natuurlijk aroma's' gebruiken. Is de aromatiserende component voor ten minste 95 gewichtsprocenten afkomstig van aardbeien, dan is de aanduiding ‘natuurlijk aardbei-aroma' toegestaan. Een secundaire voorwaarde voor de laatste aanduiding is dat de overige, maximaal 5% aromatiserende componenten, slechts als afronding en/of standaardisatie mogen worden gebruikt. Aromatiserende componenten worden gezien als ‘natuurlijk' indien de bronmaterialen natuurlijk zijn en wanneer de processen gebruikt om de componenten in handen te krijgen als natuurlijk zijn gedefinieerd. Natuurlijke processen zijn microbiologische en enzymatische processen, traditionele levensmiddelen bereidingswijzen en het zogenaamde ‘geschikt fysisch procédé'. Voor dit laatste begrip worden strengere definities geïntroduceerd. In de praktijk kunnen alleen aromastoffen en aromatiserende preparaten natuurlijk zijn. De begrippen ‘natuuridentiek' en ‘kunstmatig' in de context van aromastoffen zijn verdwenen. Een claim ‘zonder kunstmatige aroma's‘ is dus absoluut niet meer mogelijk. Voor de goede orde: deze claim is ook onder de huidige regelgeving discutabel, aangezien ‘kunstmatig aroma' niet bestaat als optie voor de aanduiding en etikettering van aroma's. In de verordening is de definitie van aroma iets aangepast. De term ‘modificeren' is toegevoegd om de definitie in overeenstemming te brengen met de Codex Richtlijnen voor aroma's die op korte termijn wordt gepubliceerd. Ook zijn twee nieuwe categorieën voor aromatiserende componenten geïntroduceerd: ‘aromaprecursor' en ‘overig aroma'. Een ‘aromaprecursor' hoeft niet zelf een smaakbijdrage te leveren. De smaak komt pas tot uiting bij verwerking van een voedingsmiddel, bijvoorbeeld in de keuken. Te denken valt aan bepaalde suikers, aminozuren en eiwitten. De categorie ‘overig aroma' is gereserveerd voor aromatiserende materialen die niet in enige andere categorie passen.

De verordening zelf noemt ‘grill-achtige aroma's' als voorbeeld. Nieuw element in de Verordening is ook dat voor bepaalde aromatiserende componenten goedkeuring door de Commissie nodig is voordat deze in toekomstige aroma's kunnen worden gebruikt. Toestemming wordt pas verleend na een veiligheidsevaluatie door EFSA. Dit geldt met name voor nieuwe componenten die worden ontwikkeld uit bronmateriaal dat onder de noemer ‘niet-voeding' (non-food) valt. Welke informatie het dossier dat fabrikanten voor de goedkeuringsprocedure bij de Commissie moeten aanleveren precies moet bevatten is op dit moment onduidelijk. Het concept van autorisatie en evaluatie is niet geheel nieuw voor aromastoffen. De verordeningen 2232/96 en 1565/2000 regelen dit. Doel was destijds om in 2005 een lijst van geautoriseerde stoffen te laten verschijnen. Dit doel is niet gehaald. De nieuwe verordening voor aroma's meldt nu dat deze lijst uiterlijk december 2010 klaar zal zijn.

Bron: VMT

< terug

Bezoekadres: Smidswater 27, 2514 BW Den Haag | Postadres: Postbus 242, 2501 CE Den Haag | Telefoon: 085 - 273 60 75 | E-mail: info@spiritsnl.nl
Rekeningnummer: NL34ABNA0622643142 | BTW-nummer: NL 81.03.11.756.B.01 | KVK-nummer: 34167199