Studie drank en pubers vertelt niets nieuws

Vorige week werd mijn promotieonderzoek voorpaginanieuws. Ik ben blij dat in het debat hierover alle partijen benadrukten dat het een gedegen studie is.

In het debat wordt de indruk gewekt dat er een evident causaal verband is tussen alcoholgebruik en cognitief functioneren. En dat ik die relatie tegenspreek. Zo eenvoudig ligt het niet. De afgelopen jaren zijn zo'n twee dozijn studies gepubliceerd over de relatie tussen niet-pathologisch alcoholgebruik door adolescenten en neurocognitief functioneren, ofwel op taakniveau ofwel op scans. Het gaat hier niet om jongeren die een alcoholprobleem hebben.

Als je hiervan de studies neemt die gedrag meten (via prestaties op taken) en alle resultaten samen bekijkt, dan is de conclusie verrassend: over de hele linie genomen zijn er geen significante verschillen tussen drinkers en niet-drinkers in hun (cognitief) functioneren. Wanneer je verder kijkt naar aandacht, geheugen en zelfregulatie, dan blijft de conclusie onveranderd: drinkers en niet-drinkers verschillen niet in hun prestaties. Hierbij moet aangetekend worden dat er wel verschillen op scans gevonden worden, maar zonder dat die tot verschil in prestaties leiden.

Mijn studie staat dus niet haaks op de literatuur maar op 'wat men denkt'. Hoe kan dit? Het antwoord ligt deels in de manier waarop we wetenschap bedrijven. In wetenschappelijke artikelen is het gebruikelijk om gevonden effecten sterk aan te zetten en de verwachte effecten die niet gevonden zijn, minder prominent te noemen. Wanneer je bij tien afgenomen taken op één taak een verschil vindt tussen drinkers en niet-drinkers, is het niet onwaar om te schrijven dat alcohol drinken leidt tot slechtere prestaties op taak A. Maar als je er niet bij vermeldt dat het geen gevolgen heeft voor taak B tot en met J, plaats je deze bevinding niet in een juist perspectief.

Daarnaast is er de publicatiebias: de tendens dat studies waarin wel effecten worden gevonden sneller en makkelijker gepubliceerd worden dan studies waarin helemaal geen effecten worden gevonden.

Er is steeds meer aandacht voor de nadelen van de wetenschappelijke publicatiedrang. Steeds luider klinkt de roep om maatschappelijk nut in onderzoek: valorisatie. De reactie van de staatssecretaris dat het 'als een paal boven water' staat dat alcohol schadelijk is, geeft blijk van dit spanningsveld. Het doel van wetenschappelijk onderzoek is om theorieën te toetsen en, indien nodig, aan te passen. Vasthouden aan bestaande theorieën staat wetenschappelijke vooruitgang in de weg. Welke implicaties heeft onderzoek dan voor beleid?

In dit geval vind ik dat het beleid helemaal niet hoeft te veranderen. De negatieve effecten van alcohol op jonge leeftijd, waaronder ook het door Wiers genoemde risico op latere verslaving (O&D, 6 december), manifesteren zich op allerlei manieren - anders dan door ons onderzocht - en zijn ernstig genoeg om heel blij te zijn dat het alcoholgebruik bij jonge pubers is afgenomen.

 

Sarai Boelema is neuropsychologe

Bron: http://www.volkskrant.nl/opinie/studie-drank-en-pubers-vertelt-niets-nieuws~a3808342/

< terug

Bezoekadres: Smidswater 27, 2514 BW Den Haag | Postadres: Postbus 242, 2501 CE Den Haag | Telefoon: 085 - 273 60 75 | E-mail: info@spiritsnl.nl
Rekeningnummer: NL34ABNA0622643142 | BTW-nummer: NL 81.03.11.756.B.01 | KVK-nummer: 34167199