Gezond gedistilleerd

Gezonde leefstijl

Matige alcoholconsumptie kan onderdeel zijn van een gezonde leefstijl. Het kan zelfs een positief effect hebben op de gezondheid, zo blijkt uit de resultaten van ruim 30 jaar wetenschappelijk onderzoek. Maar bij te veel of onverantwoord drinken kan alcohol op de korte en/of langere termijn ernstige lichamelijke en sociale problemen veroorzaken.

Gezondheidseffecten

Omdat de invloed van alcohol op het lichaam complex en veelomvattend is, vindt u hier een overzicht van de belangrijkste gezondheidseffecten van matige alcoholconsumptie. Omdat op andere plaatsen op het internet al veel informatie te vinden is over de risico's en gezondheidseffecten van overmatige en onverantwoorde alcoholconsumptie, ligt de focus van de informatie op deze website op de gezondheidseffecten van matige alcoholconsumptie door gezonde volwassenen. Zwaar en onverantwoord drinken is nooit verstandig. Meer informatie over de risico's van alcoholmisbruikkunt u o.a. vinden op de website van het Trimbos Instituut.

 

Alcoholinformatie

  • Alcoholmetabolisme

    Na consumptie wordt alcohol in het lichaam achtereenvolgens opgenomen, getransporteerd, afgebroken en uitgescheiden. 

    Na het drinken van een alcoholhoudende drank, wordt alcohol vanuit het spijsverteringskanaal opgenomen in het bloed. Het begint al in de maag. Daar wordt tussen 10 en 30% van de alcohol in het bloed opgenomen. Het overgrote deel van de alcohol wordt echter pas geabsorbeerd in de dunne darm. Uiteindelijk komt zo goed als alle alcohol die men drinkt in het bloed terecht: in totaal 90-98%. Dit proces gaat langzamer als er voedsel in de maag zit. Hoe hoger de concentratie van alcohol in het spijsverteringskanaal is, hoe sneller het wordt opgenomen.

    Na absorptie van alcohol in het bloed, verspreidt de alcohol zich door het gehele lichaam. Ongeveer 10 minuten nadat je alcohol hebt gedronken, bereikt de in het bloed opgenomen alcohol de organen, waaronder de hersenen en de lever. De concentratie alcohol in het bloed na consumptie van een bepaalde hoeveelheid alcoholhoudende drank verschilt per persoon. Dit heeft o.a. te maken met het lichaamsgewicht en de lichaamssamenstelling van een persoon. Hoe lichter iemand is, hoe hoger de alcoholconcentratie zal zijn. Ook bij mensen die relatief veel lichaamsvet hebben, stijgt het alcoholpercentage in het bloed meer. Iemand met een hoger percentage lichaamsvet heeft namelijk automatisch een lager percentage vetvrije massa (o.a. lichaamsvocht) en alcohol verspreidt zich alleen in de vetvrije delen van het lichaam. Omdat mannen gemiddeld groter en zwaarder zijn dan vrouwen en omdat mannen gemiddeld minder lichaamsvet en meer lichaamsvocht per kilo lichaamsgewicht hebben dan vrouwen, hebben mannen bij consumptie van eenzelfde hoeveelheid alcohol gemiddeld een lagere alcoholconcentratie in het bloed dan vrouwen.

    Uiteindelijk wordt de alcohol in het lichaam afgebroken door de lever. De alcohol wordt gemetaboliseerd met behulp van enzymen. Dit gaat in twee stappen. Eerst oxideert het enzym alcohol dehydrogenase de alcohol tot acetaldehyde. Dit is een giftige stof die verantwoordelijk is voor de meeste schadelijke effecten van overmatige alcoholconsumptie op het lichaam. Vervolgens zet het enzym acetaldehyde dehydrogenase de acetaldehyde om in acetaat. Dit is een onschadelijke stof, die het lichaam kan gebruiken als bron van energie.

    De totale hoeveelheid alcohol die het lichaam per uur kan afbreken, wordt geschat op ca. 7 gram alcohol per uur. Eén standaard glas alcoholhoudende drank bevat 10 gram alcohol en het duurt dus er dus 1 - 1,5 uur voor dit is afgebroken. Bij een hogere consumptie blijft het teveel aan alcohol via het bloed circuleren in het lichaam tot de lever in staat is om het af te breken.
    Door genetische factoren (enzymactiviteit) en omgevingsfactoren (bijvoorbeeld drinkgewoonte) kan de snelheid van het alcoholmetabolisme van persoon tot persoon variëren.

    Het afbraakproces van alcohol door de lever kan niet versneld worden door stoffen als cafeïne en pepermunt. Ook ‘frisse lucht’ of een koude douche heeft geen effect op de afbraaksnelheid van alcohol.

    Bij bepaalde bevolkingsgroepen (zoals ca. 30 – 50% van de Aziaten) werkt het acetaldehyde dehydrogenase enzym minder goed. Dit resulteert bij hen in hogere acetaldehyde concentraties na alcoholconsumptie, zij worden eerder dronken, met alle vervelende gezondheidseffecten die daarmee samenhangen, zoals hoofdpijn en braken.

    De lever breekt 90-98% van de alcohol af en het lichaam gebruikt de restproducten als bron van energie. 1 gram alcohol levert 7 kcal aan energie. Slechts een klein deel van de alcohol (in totaal 2 – 10%) verlaat onveranderd het lichaam via urine, adem, zweet en traanvocht.

  • Wat is alcohol?

    Alcohol is een natuurlijke, kleurloze vloeistof die ontstaat door vergisting van vruchtensuikers of van suikers uit granen. Al sinds de oudheid wordt op deze manier alcoholhoudende drank gemaakt.

    De hoeveelheid alcohol die ontstaat bij de vergisting hangt af van de beschikbare hoeveelheid suikers. Als het alcoholpercentage ca. 15% is geworden stopt de vergisting vanzelf. Dranken met een alcoholpercentage tussen 1 en 15% noemt men zwakalcoholische dranken. Voorbeelden hiervan zijn bier en wijn.

    Van zwak alcoholische dranken kan men dranken maken met hogere alcoholpercentages. De alcoholische drank wordt dan verhit en afgekoeld. Dit proces heet distilleren. Er ontstaat dan een gedistilleerde drank. Voorbeelden hiervan zijn whisky, jenever, wodka en likeuren.

  • Wat is matige alcoholconsumptie?

    Er is geen eenduidige internationale definitie van wat onder ‘matige alcoholconsumptie’ wordt verstaan. In Nederland gaan de meeste organisaties uit van de richtlijnen van de Gezondheidsraad uit 2006. Hierin is aangegeven dat je, àls je drinkt, als volwassen vrouw niet meer dan 1 standaardglas alcoholhoudende drank per dag moet drinken, en als volwassen man maximaal 2 standaardglazen per dag. Als je níet drinkt, wordt niet aanbevolen om (om gezondheidsredenen) te gáán drinken.

    In aanvulling op het bovenstaande wordt aan sommige mensen sterk ontraden om alcohol te drinken. 

    Internationale richtlijnen

    Ook andere landen hebben richtlijnen voor alcoholconsumptie. Deze verschillen enigszins van land tot land.

    Een overzicht per land vindt u in dit overzicht.

FAQ

  • Als je alcohol drinkt, wat is dan het gezondste drinkpatroon?

    Voor mensen die alcoholhoudende drank consumeren is het gezondste drinkpatroon om dagelijks een matige hoeveelheid alcohol te drinken. 

    Door sommige organisaties wordt geadviseerd om 1-2 dagen per week niet te drinken om gewenning tegen te gaan. Dit wordt echter niet wetenschappelijk onderbouwd.

  • Heeft alcohol invloed op de reactiesnelheid?

    Ja, alcoholconsumptie heeft onder andere invloed op de reactiesnelheid. In het algemeen vertraagt alcohol de reactiesnelheid. De mate waarin verschilt echter sterk per individu en is o.a. afhankelijk van de hoeveelheid alcohol die is geconsumeerd en de snelheid waarmee de alcohol is geconsumeerd.

  • Heeft de soort alcoholhoudende drank invloed op het effect op gezondheid?

    Nee, het maakt voor het effect op de gezondheid niet uit of er bier, wijn of gedistilleerd wordt gedronken. Het gaat om de alcohol.

  • Hoe snel wordt alcohol afgebroken in het menselijk lichaam?

    Een gemiddeld, gezond persoon doet er ongeveer 1 – 1,5 uur over om de alcohol uit één standaard glas af te breken . Deze snelheid is echter ook afhankelijk van individuele factoren zoals erfelijke aanleg, gezondheidstoestand, medicijngebruik e.d.

  • Hoe weet ik of ik me zorgen moet maken over mijn alcoholconsumptiepatroon?

    Drinkt u regelmatig alcohol en wilt u weten of uw drinkgedrag een risico is voor uw gezondheid? Doe dan de test op www.drinktest.nl

  • Hoeveel alcohol drinken we in Nederland?

    De Nederlandse consumptiecijfers laten een dalende trend zien. In 1975 dronk men gemiddeld nog 8,9 liter pure alcohol, in 2000 was het 8,2 liter en in 2005 werd in Nederland per hoofd van de bevolking 7,9 liter pure alcohol gedronken. Dat zijn ruim 1,8 standaardglazen per persoon per dag.

    Daarmee zit Nederland ten opzichte van andere West-Europese landen in de middenmoot. De alcoholconsumptie in West Europa loopt uiteen van 4,9 liter in Zweden tot 12,6 liter per hoofd van de bevolking in Luxemburg.

    In onze directe buurlanden wordt meer gedronken dan in Nederland. In Duitsland dronk men gemiddeld 10,2 liter, in België 8,8 liter en in Engeland 9,6 liter pure alcohol per hoofd van de bevolking.

  • Hoeveel alcohol mag ik in mijn bloed hebben als ik nog moet rijden?

    Het advies is om geen alcohol te drinken als u nog deel moet nemen aan het verkeer. Alcohol en verkeer gaan niet samen. De maximale hoeveelheid alcohol die in Nederland is toegestaan is 0,5 promille. Dit geldt zowel voor automobilisten als voor fietsers en bromfietsers. Voor automobilisten die minder dan 5 jaar hun rijbewijs hebben, geldt een maximale hoeveelheid van 0,2 promille.

  • Hoeveel energie bevat alcohol?

    1 gram alcohol bevat 7 kilocalorieën. Vaak bevatten alcoholhoudende dranken echter ook nog andere ingrediënten die energie leveren, zoals koolhydraten (suiker).

  • Kan de afbraak van alcohol worden versneld?

    Nee, de afbraaksnelheid van alcohol wordt bepaald door de lever en door de enzymen die daarbij nodig zijn. Frisse lucht, een koude douche, cafeïne of andere stoffen kunnen deze snelheid niet vergroten. Gemiddeld doet de lever er 1 – 1,5 uur over om een standaard glas alcoholhoudende drank af te breken.

  • Waarom is er een lagere grens voor automobilisten die kort hun rijbewijs hebben?

    Uit onderzoek blijkt dat bestuurders die nog maar kort hun rijbewijs hebben, relatief vaak betrokken zijn bij verkeersongevallen. Uit onderzoek van de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) blijkt verder dat de kans op een ongeval na alcoholgebruik sterker toeneemt naarmate een bestuurder jonger is. Aanscherping van het alcoholpromillage van 0,5 naar 0,2 voor beginnende bestuurders leidt volgens de SWOV tot een vermindering van ongeveer 12 verkeersdoden en 100 ziekenhuisopnamen per jaar.

  • Waarom is het drinkadvies voor mannen anders dan voor vrouwen?

    Dit heeft te maken met het verschil in lichaamssamenstelling en in lichaamsvolume. Alcohol verspreidt zich door het lichaam, maar wordt niet opgenomen in het vetweefsel. Mannen zijn gemiddeld groter en zwaarder dan vrouwen en hebben meer ‘vetvrije massa’. Hierdoor leidt bij mannen eenzelfde hoeveelheid alcohol tot een lagere concentratie van alcohol in het bloed dan bij vrouwen.

  • Waarom mag er bij het gebruik van bepaalde geneesmiddelen geen alcohol worden gedronken?

    De lever speelt zowel bij de afbraak van alcohol als bij de werking en afbraak van diverse geneesmiddelen een rol. Daardoor kunnen deze twee elkaar beïnvloeden en dit kan negatieve gevolgen hebben. Lees de bijsluiter of vraag advies aan uw apotheker of arts.

  • Wanneer is iemand verslaafd aan alcohol?

    Wanneer iemand gedurende langere tijd te veel alcohol drinkt, is er een risico dat er een lichamelijke en geestelijke afhankelijkheid van alcohol ontstaat. Deze afhankelijkheid ontwikkelt zich doorgaans sluipend. Bij ‘geestelijke afhankelijkheid’ voelt men zich niet prettig meer zonder alcohol en is het verlangen naar alcohol zo sterk geworden dat er geen controle meer over is. Bij ‘lichamelijke afhankelijkheid’ protesteert het lichaam als er geen alcohol meer wordt gedronken. Dit gaat gepaard met ontwenningsverschijnselen: transpireren, misselijkheid, slecht slapen en een angstig en gespannen gevoel. Het risico bestaat dat men, om ontwenningsverschijnselen te voorkomen, steeds meer gaat drinken.

  • Wat betekent het 'alcoholpromillage' in het bloed?

    Dit is de concentratie alcohol (in grammen) per liter bloed. Deze kan als volgt worden berekend:

    BAC = a x 10
               g x r

    BAC=bloed alcohol concentratie
    a = aantal glazen
    g = lichaamsgewicht
    r = het percentage lichaamswater: 0,65 bij mannen en 0,5 bij vrouwen

    - het aantal gedronken milliliters alcohol = het gedronken volume x het alcohol %
    - 1 ml alcohol weegt 0,8 g
    - Doordat mannen en vrouwen verschillende lichaamssamenstelling hebben, verschilt de factor 'r' per geslacht: 0,65 voor mannen en 0,5 voor vrouwen

  • Wat is binge-drinken?

    Drinkpatronen waarbij tè snel tè veel wordt gedronken verhogen het risico op sociale en lichamelijke schade. Soms wordt hiervoor de term ­“binge-drinken” gebruikt. “Binge” is de Engelse term voor “braspartij”. Er is echter geen overeenstemming over de definitie van binge-drinken:
    - Er is geen consensus over de hoeveelheid drankjes die met “binge” wordt aangeduid.
    - Er is geen consensus over de periode waarbinnen ­“de binge” geconsumeerd zou moeten zijn.
    - In internationale context is het bovendien problematisch dat de hoeveelheid alcohol die zich in een standaardglas bevindt, van land tot land varieert (in Nederland is dit 10 gram per standaardglas).

    Hieronder een opsomming van enkele definities:

    Het RIVM definieert binge-drinken als het drinken van een bepaald aantal glazen in korte tijd (vaak ook gedefinieerd als ‘op één dag’). Daarbij geeft zij aan dat voor dit begrip geen eenduidige maat bestaat. Soms wordt minimaal 10 glazen op 1 avond aangehouden, maar minimaal 6 glazen wordt ook vaak als maat gebruikt. (Bron: RIVM www.nationaalkompas.nl)

    Het Trimbos instituut definieert binge-drinken als het drinken van grote hoeveelheden alcohol bij één gelegenheid en typeert iemand als binge-drinker als een vrouw (wel eens) binnen een paar uur 4 of meer glazen en als een man wel eens 6 of meer glazen binnen een paar uur drinkt. Het maakt daarbij niet uit of men 6 of 20 glazen drinkt en hoe vaak men dit doet. (Bron:www.alcoholinfo.nl)

    Volgens de definitie van de Amerikaanse NIAAA (National Institute on Alcohol Abuse and Alcoholism) is er sprake van binge-drinken wanneer de concentratie van alcohol in het bloed tot 0,8 promille of hoger stijgt. Voor de gemiddelde volwassene geldt dit bij de consumptie van 5 of meer (man) of 4 of meer (vrouw) drankjes in ongeveer 2 uur tijd. Een drankje staat bij de Amerikaanse definitie voor de inname van ruim 14 gram alcohol. 

    De WHO geeft in haar lexicon met alcohol en drugsterminologie een definitie van binge-drinken waarin wordt uitgegaan van een aaneengesloten periode van meer dan 1 dag waarin zwaar wordt gedronken. 

  • Wat is de relatie tussen volume% en grammen alcohol?

    Volume% alcohol is dat deel van het totale volume van de alcoholhoudende drank dat pure alcohol is. Een liter drank met 10vol% alcohol bevat dus 100 ml pure alcohol. Aangezien alcohol lichter is dan water weegt die 100 ml pure alcohol maar 80 gram.

  • Wat is een 'standaardglas' alcoholhoudende drank?

    Een standaardglas alcohol bevat ca.10 gram pure alcohol. Daarbij is van belang dat het juiste glas wordt gebruikt en dat het glas niet te vol wordt geschonken. Het alcoholgehalte van verschillende alcoholhoudende dranken loopt uiteen. De standaard maatvoering van de bijbehorende glazen is hierop aangepast. 
       

     

    Alcohol%

    Maat glas (ml)

    Alcohol (g)

    Gedistilleerd

    35 vol%

    35 ml

    10 g

    Wijn

    12 vol%

    100 ml

    9,6 g

    Bier

     5 vol%

    250 ml

    9,8

     
  • Wat is een probleemdrinker?

    Een probleemdrinker is iemand die niet alleen (te) veel drinkt, maar die als gevolg hiervan ook lichamelijke, psychische en/of sociale problemen ondervindt. Voor ‘(te) veel drinken’ wordt in dit verband voor mannen een grens gehanteerd van minimaal 1x per week 6 of meer glazen. Voor vrouwen minimaal 1x per week 4 of meer glazen drinken.

  • Wat is het effect van eten bij alcoholconsumptie?

    Een gevulde maag vertraagt de opname van alcohol in het bloed. Doordat alcohol zich in de maag en darmen vermengd met voedsel, komt alcohol minder intensief met de wand van het maagdarmstelsel in aanraking. De lever kan de afbraak van de opgenomen alcohol dan beter bijhouden in vergelijking met wanneer er niet bij gegeten wordt.

  • Wat is het verschil tussen 'matige' en 'verantwoorde' alcoholconsumptie?

    Verantwoorde alcoholconsumptie is matige alcoholconsumptie waarbij rekening is gehouden met het advies over wanneer géén alcohol gedronken moet worden.

  • Wat zijn de nadelen van matige alcoholconsumptie op de gezondheid?

    Matige alcoholconsumptie leidt bij vrouwen tot een lichte verhoging van de kans op borstkanker. Ook lijkt er een relatie te zijn met dikkedarmkanker en mond-, keel- en slokdarmkanker, met name bij mensen die tevens roken.

  • Wat zijn de voordelen van matige alcoholconsumptie op de gezondheid?

    Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat matige alcoholconsumptie een gunstige invloed heeft op de conditie van de bloedvaten. Mede daardoor hebben matige drinkers een lagere kans om te overlijden aan een hartaanval. En matige drinkers hebben minder kans om diabetes type 2 (ouderdomssuikerziekte) te ontwikkelen. Ook is de kans op het ontwikkelen van dementie kleiner.

  • Zijn er individuele verschillen in de reactie op alcoholconsumptie?

    Ja, dit komt door het lichaamsgewicht en het geslacht, maar ook erfelijke factoren, de gezondheid, medicijngebruik e.d. bepalen de individuele reactie op alcoholconsumptie.

Gezondheidseffecten

  • Bescherming ťn risico

    Resultaten van ruim 30 jaar wetenschappelijk onderzoek laten zien dat matige, regelmatige alcoholconsumptie beschermend werkt tegen bepaalde ziekten, met name hart- en vaatziekten.
    Maar door alcohol te drinken kan ook het risico op andere ziekten toenemen, met name het risico op (borst)kanker, en ook het risico op ongelukken. Bovendien is alcoholconsumptie maar één factor, en zijn er ook vele andere factoren die effect hebben op de gezondheid. Ook zijn de effecten van alcohol op de gezondheid sterk persoonsafhankelijk.

  • Dementie

    Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat matige alcoholconsumptie door ouderen het risico op het krijgen van dementie verkleint.

    In diverse prospectieve epidemiologische onderzoeken is een J-vormig verband gevonden tussen matige alcoholconsumptie door ouderen en vermindering van het risico op dementie (Orgogozo 1997, Mukamal, 2003). Ook een groot Nederlands epidemiologisch onderzoek, de Rotterdam Studie (Ruitenberg, 2002), bevestigt deze resultaten.

    Het biologische mechanisme dat ten grondslag ligt aan het beschermende effect van matige alcoholconsumptie op dementie kan voor een deel worden verklaard uit het effect op de bloedlipiden. Dit is hetzelfde mechanisme dat een rol speelt bij de beschermende werking van matige alcoholconsumptie op hart- en vaatziekten. Ook de remmende werking van alcohol op de bloedstolling zou een rol kunnen spelen. Daarnaast zou het mechanisme beïnvloed kunnen worden doordat alcohol de productie van de neurotransmitter acetylcholine stimuleert, met name in de hippocampus. De hippocampus speelt een belangrijke rol bij het opslaan van nieuwe herinneringen. Diermodellen lijken dit te onderbouwen (Ruitenberg, 2002). In hoeverre ook bij de ziekte van Alzheimer vasculaire factoren een oorzakelijke rol spelen of dat er sprake is van een andere biologische interactie van vasculaire factoren met de ziekte van Alzheimer spelen is nog onduidelijk en moet nader worden onderzocht.

    Referenties

    1. Mukamal KJ e.a. Prospective study of alcohol consumption and risk of dementia in older adults. JAMA. 2003;289(11):1405-1413.

    2. Neafsey EN e.a. Moderate alcohol consumption and cognitive risk (Review). Neuropsychiatric Disease and Treatment 2011:7; 465-484.

    3. Orgogozo JM e.a. Wine consumption and dementia in the elderly: a prospective community study in the Bordeaux area. Rev Neurol (Paris). 1997;153(3):185-192.

    4. Ruitenberg A e.a. Alcohol consumption and risk of dementia: the Rotterdam Study. Lancet. 2002;359(9303):281-286.

    5. Peters e.a. Alcohol, dementia and cognitive decline in the elderly: a systematic review. Age and Aging 2008; 37:505-512.

    6. Piazza-Gardner AK e.a. The impact of alcohol on Alzheimer’s Disease: a systematic review. Aging & Mental Health 2013; 17 (2): 133-146.

  • Diabetes

    Matige alcoholconsumptie lijkt het risico op het ontwikkelen van diabetes type 2 (suikerziekte) tot 40% te verminderen. Ook bij mensen die al voldoende bewegen en gezond eten heeft matige alcoholconsumptie een positief effect.

    Er zijn aanwijzingen dat matige alcoholconsumptie de insulinegevoeligheid bevordert. Echter, bij het consumeren van grote hoeveelheden alcoholhoudende drank per dag neemt het risico op het ontwikkelen van diabetes type 2 juist toe.

    Matige alcoholconsumptie resulteert bij vrouwen in een 40% lager risico op diabetes mellitus type 2 en bij mannen tot een 13% lager risico in vergelijking met geheelonthouding. Mogelijk speelt het verschil eendrinkpatroon een rol bij het gevonden verschil tussen mannen en vrouwen, maar dit zou nader onderzocht moeten worden. (Koppes, 2005; Baliunas, 2009). De grootste risicoverlaging werd gevonden bij consumptie van 22 gram alcohol per dag voor mannen en 24 gram alcohol per dag voor vrouwen. Het type drank (bier, wijn, gedistilleerd) heeft geen invloed op dit resultaat. Het effect wordt dus veroorzaakt door de alcohol zelf. Bij consumptie van meer dan 5 glazen per dag voor vrouwen en 6 glazen per dag voor mannen neemt het risico op diabetes type 2 juist toe.

    Uit onderzoek blijkt dat zèlfs bij mensen die er een gezonde leefstijl op na houden met voldoende lichaamsbeweging, een gezond eetpatroon en niet roken, het drinken van 1 à 2 glazen alcohol per dag leidt tot een extra reductie van het risico op het ontwikkelen van diabetes type 2 (Joosten, 2010).

    Referenties

    1. Baliunas DO e.a. Alcohol as a risk factor for type 2 diabetes. A systematic review and meta-analysis. Diabetis Care, 2009; 32(11): 2123-2132.

    2. Joosten MM e.a. Combined effect of alcohol consumption and lifestyle behaviors on risk of type 2 diabetes. Am J Clin Nutrition 2010; 91(6): 1777-1783.

    3. Joosten MM e.a. Changes in Alcohol Consumption and Subsequent Risk of Type 2 Diabetes in Men. Diabetes 2011; 60(1):74-79.

    4. Koppes LLJ e.a. Moderate alcohol consumption lowers the risk of type 2 diabetes. A meta-analysis of prospective observational studies. Diabetes Care 2005; 28(3):719-25.

  • Hart- en bloedvaten

    Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat regelmatige, matige consumptie van alcoholhoudende dranken het risico op hart- en vaatziekten vermindert. Hierbij maakt het niet uit of het gaat om het drinken van bier, wijn of gedistilleerd. Het verminderde risico hangt samen met het effect van de alcohol zelf.

    Het beschermende effect van regelmatig matige alcoholconsumptie is voor een groot deel terug te voeren op verhoging van het goede HDL-cholesterol in het bloed. Dit HDL zorgt voor de afvoer van cholesterol uit het lichaam. Ook heeft matige alcoholconsumptie onder andere een gunstig effect op het anti-stollingsmechanisme in het bloed.

    Uit diverse epidemiologische studies onder grote studiepopulaties van over de hele wereld met jarenlange follow up blijkt consistent dat er een inverse correlatie is tussen matige alcoholconsumptie en de incidentie van hart- en vaatziekten.

    Licht tot matige alcoholconsumptie is ook bij mensen met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten gerelateerd aan gunstige gezondheidseffecten in relatie tot hart- en vaatziekten. Dit blijkt uit een overzichtsartikel uit 2013 dat is gebaseerd op 160 wetenschappelijke publicaties (Movva, 2013). In 2010 is dit eveneens vastgesteld in een meta-analyse op basis van 8 studies (Constanzo, 2010) en in een Nederlandse studie (Beulens, 2010).

    Het beschermende effect van alcohol is het grootst bij volwassen mannen boven de 40 jaar, ouderen, en bij personen met een verhoogde kans op hart- en vaatziekten (Corrao, 2000; Thun, 1997).

    Belangrijke mechanismen die ten grondslag liggen aan het verminderde risico op hart- en vaatziekten, zijn significante verhoging van het HDL-serumcholesterol, apolipoproteine A1 en het gehalte van het ontstekingsremmende hormoon adiponectine en de significant afname van de stollingsfactor fibrinogeen (Brien, 2011).

    Referenties

    1. Beulens JWJ e.a. Alcohol consumption and risk of recurrent cardiovascular events and mortality in patients with clinically manifest vascular disease and diabetes mellitus: The Second Manifestations of ARTerial (SMART) disease study. Atherosclerosis 2010 (published early online)

    2. Brien SE e.a. Effect of alcohol consumption on biological markers associated with risk of coronary heart disease: systmatic review and meta-analysis of interventional studies. BMJ 2011; 342:d636 : doi:10.1136/bmj.d636.

    3. Constanzo S e.a. Alcohol consumption and mortality in patients with cardiovascular disease: a meta-analysis. J Am Coll Cardiol 2010; 55(13):1339-47

    4. Constanzo S. et al. Wine, beer or spirit drinking in relation to fatal and non-fatal cardiovascular events: a meta-analysis. Eur. J. Epidemiology. Epub ahead of print 11 nov 2011.

    5. Corrao G e.a. Alcohol and coronary heart disease: a meta-analysis. Addiction 2000; 95:1505-23.

    6. Movva R, Figueredo VM. Alcohol and the Heart: To abstain or not to abstain? Int. J. Cardiology 2013; 164:267-276.

    7. Thun MJ e.a. Alcohol consumption and mortality among middle aged and elderly U.S. adults. N Engl J Med 1997; 337(24):1705-14.

  • Hersenen

    Een matige hoeveelheid alcohol kan een prettig gevoel geven en het helpt te ontspannen. Toch werken de hersenen ook na het drinken van 1-3 glazen al minder goed dan normaal en is het reactievermogen minder goed. Uit onderzoek is gebleken dat de functie van alcohol in de hersenen niet simpelweg alle processen in de hersenen onderdrukt, maar dat alcohol heel specifieke effecten heeft op bepaalde neurotransmitters (boodschappers) en receptoren (eiwitten die boodschappen ontvangen en doorgeven) in de hersenen. Hierbij zijn meer dan 100 verschillende neurotransmitters en receptoren betrokken.

    Matige alcoholconsumptie vermindert angst en versoepelt mede daardoor de sociale contacten. Veel mensen vinden dit een positief effect.

    Wanneer teveel alcohol wordt gedronken kan het echter negatief uitwerken op sociale contacten, kan het leiden tot grensoverschrijdend en risicovol gedrag en concentratieproblemen. Als je langdurig gemiddeld meer dan 25 glazen alcohol per week drinkt, loop je risico op hersenbeschadiging. Je geheugen gaat achteruit, het denken wordt vertraagd en je kunt je minder goed aanpassen aan nieuwe situaties. De hersenen werken niet alleen minder goed, ook het volume van de hersenen kan bij overmatige drinkers met wel 15% krimpen. Chronisch veel teveel drinken kan leiden tot verslaving.

    Wanneer je bij één gelegenheid heel veel alcohol drinkt, kan er een black-out optreden; een tijdelijke stoornis van de hersenen. De informatie uit het kortetermijngeheugen wordt dan niet doorgegeven aan het langetermijngeheugen. Hoewel op het moment van drinken alles goed lijkt te gaan, herinnert iemand met een black-out zich de volgende ochtend niets van de gebeurtenissen van de vorige avond.

    Jarenlang teveel drinken kan, zeker in combinatie met een tekort aan vitamine B1, leiden tot onherstelbare hersenschade. De meest ernstige vorm is het Korsakovsyndroom. Korsakovpatiënten lijden aan geheugenverlies, verlies van het vermogen iets nieuws te leren en een gestoord begrip van tijd en plaats.

    Enkele belangrijke mechanismen zijn hieronder nader toegelicht (Chastain, 2006; Tabakoff, 1999).

    Goed gevoel 
    Matige alcoholconsumptie heeft een opwekkend effect. Dit hangt samen met de aanmaak van activerende neurotransmitters zoals dopamine en noradrenaline. Activering gaat hierbij samen met een gevoel van euforie (welbevinden en zelfvertrouwen) en vrolijkheid. Ook andere neurotransmitters, zoals het door het lichaam zelf aangemaakte serotonine, spelen hierbij een rol.

    Angstreductie
    Eén van de redenen waarom mensen alcohol drinken is het angstreducerende effect. Al bij matige alcoholconsumptie zijn mensen minder angstig in sociale situaties en in situaties van gevaar. Deze effecten zijn het gevolg van de werking van de belangrijkste stimulerende en remmende systemen van de hersenen. Deze hangen samen met de neurotransmitters glutamaat, GABA (γ-aminoboterzuur) en de daaraan gerelateerde receptoren. Bij overmatige alcoholconsumptie en hogere bloedconcentraties veroorzaakt alcohol echter een vermindering van de spiercoördinatie, verlies van aandacht en verslechtering van de reactietijd. Met als gevolg onder andere een hoger risico op ongelukken dat met name opspeelt als men activiteiten onderneemt die concentratie en een snelle reactie vragen, zoals deelname aan het verkeer. Bij nog hogere alcoholconcentraties kunnen de veranderingen in GABA en de neurotransmitter glutamaat resulteren in tijdelijk geheugenverlies, verlies van bewustzijn, of nog ernstigere effecten.

    Alcoholverslaving
    Chronische consumptie van grote hoeveelheden alcoholhoudende drank, zoals het geval is bij alcoholisme, kan leiden tot veranderingen in de reactie van de hersenen op alcohol. De hersenen passen zich aan aan de hoge alcoholconcentratie en dit leidt tot veranderingen in de neurotransmitters en receptoren (met name GABA en glutamaat). Dit leidt er toe dat de hersenen pas ‘normaal’ kunnen functioneren bij hoge alcoholconcentratie in het bloed en dat de hersenen uit balans zijn als er geen alcohol wordt geconsumeerd. De persoon is afhankelijk geworden van alcohol en als er geen alcohol wordt geconsumeerd doen zich ontwenningsverschijnselen voor zoals trillen en zweten. Veel alcoholverslaafden die onder behandeling zijn, hebben problemen met het geheugen en met leren. Ook de slechte voedingsgewoonten die vaak samengaan met chronisch overmatige alcoholconsumptie kunnen hieraan bijdragen. 

    Dementie
    Er zijn de laatste jaren diverse studies uitgevoerd naar het effect van alcoholconsumptie op het risico op dementie. De resultaten van een aantal goed uitgevoerde epidemiologische studies geven indicaties dat matige alcoholconsumptie bij oudere mensen het risico op het ontwikkelen van dementie reduceert.

    Referenties

    1. Chastain G. Alcohol, neurotransmitter systems and behaviour. J Gen Psychol 2006 Okt; 133 (4):329-335.

    2. Tabakoff B e.a. Alcohol and the central nervous system. In: Health Issues related to alcohol consumption. Ed. I. MacDonald. Blackwell Science Ltd. 1999; 293 – 350.

  • Kanker

    In een wereldwijde overzichtsstudie uit 2007 naar de relatie tussen voeding en kanker wordt onder andere geconstateerd dat er op basis van wetenschappelijk onderzoek overtuigend bewijs is dat er een relatie is tussen alcoholconsumptie en het risico is op het krijgen van borstkanker (bij vrouwen) dikke darm- en endeldarmkanker (bij mannen), en van kanker in mond, keel, strottenhoofd en slokdarm. Ook is er waarschijnlijk een relatie tussen alcoholconsumptie en een verhoogd risico op leverkanker en op dikke darm- en endeldarmkanker (bij vrouwen).

    De mate waarin consumptie van alcoholhoudende drank het risico op kanker verhoogt, is afhankelijk van de hoeveelheid alcohol die wordt geconsumeerd. Op basis van de beschikbare onderzoeksresultaten kan geen ondergrens worden aangegeven waaronder geen toename van het risico plaatsvindt. Alleen voor darmkanker werd aangegeven dat er pas een risicoverhoging is bij consumptie van 3 glazen alcoholhoudende drank per dag.

    De World Cancer Research Fund adviseert dat het, om kanker te voorkomen, het beste is om geen alcohol te consumeren. Mensen die wèl alcohol drinken krijgen het advies om dit met mate te doen: maximaal 2 glazen per dag voor mannen en 1 glas per dag voor vrouwen. Overigens is voor wat betreft leefstijlfactoren het roken van tabak verreweg de grootste risicofactor bij zowel mannen als vrouwen: In Groot Brittannië is 19,6 procent van alle nieuwe gevallen van kanker hieraan gerelateerd (Parkin, 2010).

    De mechanismen die bij de risicoverhoging op de verschillende typen kanker een rol spelen lopen uiteen en zijn voor een groot deel nog niet opgehelderd.

    Ook bij matige alcoholconsumptie vindt er een kleine, dosisafhankelijke stijging van het risico op het ontwikkelen van kanker plaats. Dit effect staat los van het type drank (wijn, bier, gedistilleerd), het gaat om de hoeveelheid alcohol die wordt geconsumeerd.

    Meer recent onderzoek (2011) onder ca. 365.000 mensen uit 8 West-Europese landen bevestigt opnieuw dat er een relatie is tussen alcoholconsumptie en het ontstaan van bepaalde vormen van kanker, vooral bij hen die meer consumeren dan de maximaal aanbevolen hoeveelheid van 1 glas per dag voor vrouwen en 2 glazen per dag voor mannen.

    Met betrekking tot het risico om te overlijden aan kanker is er op basis van een studie uit 2013 op basis van 18 onderzoeken een indicatie dat lichte tot matige alcoholconsumptie (≤ 1,25 glas per dag)  zowel bij mannen als bij vrouwen niet alleen geassocieerd is met een verlaagd risico op hart- en vaatziekten, maar ook met een kleine verlaging van het risico om te overlijden aan kanker. Maar zwaar drinken verhoogt het risico op overlijden aan kanker (Jin, 2013).

    Door de WCRF werd voor darmkanker een risicoverhogend effect gevonden bij consumptie van meer dan 30 gram alcohol per dag, zowel bij mannen als bij vrouwen. Bij matige alcoholconsumptie werd geen risicoverhoging geconstateerd (WCRF, 2007). Onderzoek uit 2012 laat eveneens zien dat mensen die een hoge alcoholconsumptie hebben van 3 of meer glazen alcohol per dag een verhoogd risico op dikke darm kanker hebben. Tevens is aangetoond dat mensen bij wie dikke darmkanker in de familie voorkomt én die een hoge alcoholconsumptie hebben 81% meer  kans op het ontwikkelen van dikke darmkanker hebben dan mensen die dezelfde hoeveelheid drinken maar geen bloedverwanten hebben met deze ziekte (Cho, 2012).

    Kanker aan de mond, keel, strottenhoofd en slokdarm komt veel minder frequent voor. In het overgrote deel van de gevallen gaat het daarbij om mensen die (ook) roken. Iemand die per dag meer dan zes glazen alcohol drinkt en daarbij een pakje of meer sigaretten rookt, heeft voor deze vormen van kanker een risico dat ongeveer 50 maal hoger ligt dan dat van een niet-roker die minder dan drie glazen per dag drinkt (Blot, 1988).
    Een mogelijk mechanisme voor de kankers in het hoofd- en halsgebied zou kunnen zijn dat alcohol ‘co-carcinogeen’ werkt waardoor andere carcinogenen (bijvoorbeeld in combinatie met roken) gemakkelijker doordringen in de cellen van de mucosa (Doll, 1999).

    Wanneer alleen rekening wordt gehouden met het risico op het ontwikkelen van kanker, is het advies géén alcoholhoudende drank te consumeren. Wanneer ook rekening wordt gehouden met het feit dat matige alcoholconsumptie een beschermende werking heeft tegen hart- en vaatziekten, is het advies van de WCRF de consumptie te beperken tot niet meer dan twee glazen per dag voor mannen en één glas per dag voor vrouwen (WCRF, 2007).

    Referenties

    1. Blot WJ e.a. Smoking and drinking in relation to oral and pharyngeal cancer. Cancer Res 1988; 48:3282-3287.

    2. Cho E. et al. Alcohol consumption and the risk of colon cancer by family history of colorectal cancer. Am J Clin Nutr 2012; 95:413-419.

    3. Corrao G e.a. A Meta-analysis of alcohol consumption and the risk of 15 diseases. Preventive Medicine 2004; 38:613-619.

    4. Doll R e.a. Alcoholic beverages and cancers of the digestive tract and larync. In: MacDonald I. Health Issues Related to Alcohol Consumption. 1999: p 351-393.

    5. Jin M et al. Alcohol drinking and all cancer mortality: a meta-analysis. Ann of Oncology (2013) 24: 807-816.

    6. Fedirko V et al. Alcohol drinking and colorectal cancer riks: an overall and dose response meta analysis of published studies. Annals of Oncology 2011; 22:1958-1972.

    7. La Vechia e.a. Alcohol and Laryngeal cancer. An update. Eur J Cancer Prev 2008; 17:116-124.

    8. Parkin et al. The fraction of cancer attributable to lifestyle and environmental factors in the UK in 2010. Summary and conclusions. British Journal of Cancer 2011; 105: S77-S81.

    9. Schütze M et al. Alcohol attributable burden of incidence of cancer in eight European countries based on results from prospective cohort study. British Medical Journal. 2011:342:d1584.

    10. World Cancer Research Fund (WCRF)/ American Institute for Cancer Research. Food, Nutrition and Physical Activity and the Prevention of Cancer: a Global Perspective. Washington D.C. AICR, 2007.

    11. Yin Cao, Walter C. Willett, Eric B. Rimm, Meir J. Stampfer, Edward L. Giovannucci: Light to moderate intake of alcohol, drinking patterns, and risk of cancer: results from two prospective US Cohert studies, in: British Medical Journal 2015; 351: H4238. 

     

  • Kater

    Een kater ontstaat meestal enkele uren na het drinken van teveel alcohol. Een kater kan gepaard gaan met hevige dorst, hoofdpijn, moeheid, spierpijn, trillen, misselijkheid maar ook met zweten, hogere hartslag en bloeddruk en overgevoeligheid voor geluid en licht.

    De hoeveelheid alcohol die te veel wordt geconsumeerd speelt een rol bij de intensiteit van de symptomen. Er zijn echter ook verschillen van persoon tot persoon en van situatie tot situatie.

    Het ontstaan van een kater hangt onder andere samen met het vochtafdrijvend effect van alcohol, met het effect van acetaldehyde, (een stof waarin alcohol door de lever wordt omgezet), en met de daling in de bloedsuikerspiegel die het gevolg kan zijn van het drinken van te veel alcohol. Er is maar een beperkte hoeveelheid wetenschappelijk onderzoek gedaan naar katers. Het mechanisme achter een kater is complex en er resteren nog diverse onduidelijkheden.

    Er bestaan geen wondermiddelen tegen katers. De middelen die verkocht worden als anti-katermiddel hebben geen wetenschappelijke onderbouwing. Er zijn wel adviezen om de ongemakken van een kater te voorkomen of te verkleinen. De belangrijkste daarvan is om matig te drinken. Ook is het belangrijk veel vocht te drinken.

    Een kater ontstaat als de alcoholconcentratie in het bloed af gaat nemen en bereikt een piek als deze concentratie op nul komt. De symptomen kunnen soms wel 24 uur aanhouden. Sommige mensen hebben al na 1-3 glazen last van een kater, terwijl anderen ook na ruim teveel drinken geen kater krijgen. Hoe dit komt is niet duidelijk. Genetische verschillen kunnen hierbij een rol spelen. Uit onderzoek blijkt dat ca. 75% van de mensen die ruim teveel drinkt, last heeft van een kater (Harburg, 1993).

    Een kater wordt waarschijnlijk veroorzaakt door een combinatie van factoren. Een drietal belangrijke factoren zijn (Swift, 1998):

    Vochtafdrijvende werking
    Doordat alcohol de aanmaak van antidiuretisch hormoon door de hypofyse vermindert, reabsorberen de nieren minder vocht en wordt er veel vocht uitgeplast. Uit onderzoek blijkt dat consumptie van 50 g alcohol in 250 ml water leidde tot een verlies via de urine van 600 – 1000 ml water (Montastruc, 1986). Dat kan leiden tot uitdrogingsverschijnselen. Het tekort aan vocht in de hersenen draagt bij aan het katergevoel.

    Effect van acetaldehyde
    De alcohol wordt via de maag en darmwand rechtstreeks opgenomen in het bloed. Vervolgens wordt alcohol door het enzym alcohol dehydrogenase afgebroken tot acetaldehyde. Acetaldehyde is een stof die bij hogere concentraties toxische verschijnselen geeft waarmee katers vaak gepaard gaan, zoals een verhoogde hartslag, zweten, blozen, misselijkheid en overgeven. Acetaldehyde wordt vervolgens door het enzym aldehyde dehydrogenase afgebroken tot acetaat, dat door het lichaam als energiebron wordt gebruikt.

    Daling bloedsuikerspiegel 
    Door invloed van alcohol op de lever kan het bloedsuikergehalte dalen. Naast haar functie bij de afbraak van alcohol, speelt de lever ook een belangrijke rol in het glucosemetabolisme. Bij hoge alcoholconsumptie is de glucoseproductie door de lever verlaagd en worden de glycogeenreserves in de lever verbruikt. Dit leidt tot een lagere bloedsuikerspiegel. Omdat glucose een belangrijke brandstof is voor de hersenen, kan een door alcohol veroorzaakte lage bloedsuikerspiegel ook het gevoel van zwakte en moeheid verklaren dat soms gepaard gaat met een kater. Met name diabetespatiënten zijn erg gevoelig voor veranderingen van het bloedsuikergehalte ten gevolge van alcoholconsumptie. Voor hen is dus extra voorzichtigheid geboden.

    Andere factoren
    Andere factoren die van invloed kunnen zijn op een kater zijn vermoeidheid door slaapgebrek en het effect van andere ingrediënten die (in kleine hoeveelheden) in sommige alcoholhoudende dranken aanwezig kunnen zijn, zoals bijvoorbeeld methanol dat in sommige gedistilleerde dranken voorkomt.

    Referenties

    1. Harburg E e.a. Psycholsocial factors, Alcohol use, and hangover sighns among social drinkers. A reappraisal. Journal of Clinical Epidemiology 1993; 46(5): 413-422.

    2. Monastruc, P. Alcohol exaggerates thirst. HCEIA Informations 1986;(4) p 41 - 42.

    3. Swift R, Davidson D. Alcohol Hangover: Mechanisms and Mediators.; Alcohol Health & Research World. 1998; vol 22 (1); p 54 - 60.

  • Levensverwachting

    Uit een grote hoeveelheid epidemiologische studies blijkt dat er een J-vormige relatie is tussen alcoholconsumptie en het risico op vroegtijdig overlijden. Dit houdt in dat het risico op overlijden (aan welke oorzaak dan ook) bij matige drinkers beduidend lager is dan bij geheelonthouders en bij zware drinkers (Klatsky, 2007; Poikolanen, 1995; Rehm 2001; Room, 2005).

    Uit een Amerikaanse studie uit 2010 waarbij voor een groot aantal traditionele en niet-traditionele verstorende factoren is gecorrigeerd zoals geslacht, sociaal economische status, huwelijkse staat, drinkproblemen in het verleden, gezondheidsproblemen, overgewicht, rookgedrag, lichamelijke activiteit, symptomen van depressiviteit, manier waarop met tegenslagen wordt omgegaan, aantal vrienden en de kwaliteit van de vriendschappen blijkt wederom dat matige drinkers een lager risico op voortijdig overlijden hebben dan niet drinkers en zware drinkers (Holahan, 2010).

    Het verlaagde overlijdensrisico is voor een groot deel toe te schrijven aan het gunstige effect van matige alcoholconsumptie op hart- en vaatziekten. Bij alcoholmisbruik neemt het overlijdensrisico toe, met name ten gevolge van ongevallen, kanker, cerebrovasculaire aandoeningen en alcohol gerelateerde problemen zoals levercirrose.


    Referenties:

    Holahan CJ, Schutte KK, Brennan PL, Holahan CK, Moos BS, Moos RH. Late-Life Alcohol Consumption and 20-Year Mortality. Alcoholism: Clinical and Experimental Research 2010;34:in press, November 2010.

    Klatsky AL ea. Review: Alcohol drinking and total mortality risk. Ann Epidemiol 2007; 17;S63-S67.

    Poikolainen K. ALcohol and mortality; A Review. J Clin Epidemiol 1995; 48:455-456.

    Rehm J ea. Alcohol and all-cause mortality: A pooled analysis. Contemp Drug Problems 2001; 28:337-361.

    Room R ea. Alcohol and Public Health. Lancet 2005; 365:519-530.

  • Lever

    Via de mond, de slokdarm en maag komt alcoholhoudende drank in de dunne darm terecht. Hier wordt de alcohol geabsorbeerd en komt het in het bloed terecht. De lever breekt de alcohol in het bloed vervolgens beetje bij beetje af. Hoe dit plaats vindt, is weergegeven bij de beschrijving van het alcoholmetabolisme.

    Bij matige alcoholconsumptie is de lever goed in staat om alcohol af te breken zonder dat dit nadelige effecten heeft op de gezondheid.

    Alcoholmisbruik leidt echter tot overbelasting van de lever, en kan uiteindelijk leiden tot ernstige leverziekten zoals leververvetting, alcoholhepatitis, leverfibrose en levercirrose. Normaalgesproken verdwijnen de meeste problemen wanneer men stopt met drinken. Levercirrose richt echter blijvende leverschade aan en kan zeer ernstige gevolgen hebben.

    Alcoholmisbruik kan leiden tot een spectrum van ernstige aan alcoholgerelateerde leverziekten:

    Bij leververvetting is er sprake van een verslechterde uitscheiding van vetten in de levercellen. Dit leidt tot een opeenhoping van vetten in de lever.

    Bij alcoholhepatitis zijn de levercellen door alcoholmisbruik beschadigd en is er sprake van een ontsteking van levercellen.

    Bij alcoholische leverfibrose ontstaat er ten gevolge van een lang voortdurende hepatitis bindweefsel (fibrose) rondom de levercellen. Dit verdringt de bloedvaatjes in de lever en resulteert in een hogere bloeddruk in de lever.

    Bij alcoholische levercirrose is de lever chronisch overbelast en ontstoken. Als de fibrosevorming doorgaat, sterven er steeds meer levercellen af. De functies van de lever moeten door steeds minder cellen vervuld worden. De lever wordt als gevolg daarvan steeds groter maar kan haar zuiverende werk niet meer goed doen. Dit kan zeer ernstige gevolgen hebben voor de gezondheid.

    Leververvetting, alcoholhepatitis en alcoholische leverfibrose verdwijnen meestal wanneer de patiënt stopt met drinken. Levercirrose is echter onomkeerbaar (Lieber 2000, Lieber 2001).

    Een overzichtsstudie uit 2010 laat zien dat er een drempelwaarde is waarboven het risico op het krijgen van lever cirrose toeneemt. Dit was tot dan toe nog niet duidelijk. Bij meer dan 24 gram alcohol (= 2,5 standaardglas) per dag voor vrouwen en meer dan 36 gram (= 3,5 standaardglas) per dag voor mannen neemt het risico op het krijgen van cirrose toe. Hierbij is er sprake van een dosis-respons relatie (Rehm, 2010).

    Uit autopsie onder overleden alcoholisten bleek dat bij 10-15% van hen sprake was van levercirrose. Waarom niet iedere alcoholist leverziekten ontwikkelt is niet bekend (Rodés, 1999). Mogelijk spelen genetische factoren, deficiënties of virale infecties een rol (Tsukamoto, 2001).

    Referenties

    1. Lieber CS. Alcoholic liver disease: new insights in pathogenesis lead to new treatments. J Hepatol 2000; 32(1 Suppl):113-28.

    2. Lieber CS. Alcoholic liver injury: pathogenesis and therapy in 2001. Pathol Biol 2001; 49:738-752.

    3. Rehm J et al. Alcohol as a risk factor for liver cirrhosis: A systematic review and meta-analysis. Drug and Alcohol Review 2010; 29(4):437-445.

    4. Rodes J e.a. Alcohol and Liver Diseases. In: MacDonald I, Health Issues Related to Alcohol Consumption, pp.396-450. ILSI Press, Washington/Brussels, 1999.

    5. Tsukamoto H, Lu SC. Current concepts in the pathogenesis of alcoholic liver injury. FASEB J 2001; 15:1335-1349.

  • Lichaamsgewicht

    De relatie tussen matige alcoholconsumptie en overgewicht is nog niet opgehelderd. Onderzoek hiernaar is moeilijk omdat er meer factoren tot overgewicht leiden. Het totale voedingspatroon en de hoeveelheid lichaamsbeweging zijn hiervan de belangrijkste. Wel is het zo dat alcohol de eetlust kan opwekken, waardoor men geneigd is meer te eten. Ook hebben mensen die veel alcohol drinken vaak ongezonde eetgewoonten, die tot overgewicht kunnen leiden.

    Alcohol levert, als het in het lichaam wordt verbrand, energie: 7 kilocalorieën per gram. Het lichaam kan de energie uit alcohol niet opslaan en geeft voorrang aan de verbranding van alcohol boven de verbranding van vet, eiwitten en koolhydraten. Zolang de totale energie-inname in balans is met het verbruik, zal het lichaamsgewicht constant blijven. Maar als de energie-inname hoger wordt dan nodig, slaat het lichaam het teveel aan energie op als vet.

    Onderzoekers hebben geprobeerd om in epidemiologisch en in experimenteel onderzoek aan te tonen in hoeverre door alcoholconsumptie extra energie wordt ingenomen, bovenop de energie die door de alcohol wordt geleverd. Matige alcoholconsumptie zou op die manier het ontstaan van een positieve energiebalans kunnen bevorderen. De onderzoeksresultaten zijn echter niet eenduidig (Suter, 1997). Epidemiologische studies geven indicaties dat er een J-vormige relatie is tussen alcoholconsumptie en lichaamsgewicht, waarbij lichte tot matige alcoholconsumptie niet geassocieerd is met gewichtstoename, maar overmatige alcoholconsumptie wel (Arif, 2005; Wannamethee, 2004).

    In experimentele onderzoeken blijkt soms dat alcoholconsumptie gepaard gaat met een hogere totale energie-inname. Andere onderzoeken laten zien dat er direct of op een later moment wordt gecompenseerd voor deze hogere energie-inname (Westerterp, 1999; Caton, 2007). Uit een onderzoek onder 20.000 vrouwen uit 2010 blijkt dat vrouwen die matig drinken minder kans lopen op het ontwikkelen van overgewicht (Wang, 2010). Een ander onderzoek, waarbij 14.000 postmenopauzale vrouwen 7 jaar werden gevolgd, laat zien dat de matige drinkers 19% minder kans hadden om overgewicht te ontwikkelen en 65% minder kans op het ontwikkelen van obesitas dan geheelonthouders (Thomson, 2012).Het is echter op basis van de huidige onderzoeksresultaten niet mogelijk om conclusies te trekken over het verband tussen matige alcoholconsumptie en het risico op overgewicht en obesitas.

    Referenties

    1. Arif AA, Rohrer JE. Patterns of alcohol drinking and its association with obesity: data from the Third National Health and Nutrition Examination Survey, 1988-1994.

    2. BMC Public Health 2005 Dec 5;5:126

    3. Caton SJ e.a. Acute effects of an alcoholic drink on food intake: aperitif versus co-ingestion. Physiol Behav 2007 Feb 28;90(2-3):368-75.

    4. Suter PM, How much do calories count. J Am Coll Nutr 1997; 16(2):134 -9.

    5. Wang L e.a. Alcohol Consumption, Weight Gain, and Risk of Becoming Overweight in Middle-aged and Older Women. Arch Intern Med. 2010;170(5):443-461.

    6. Thomson CA e.a. Alcohol consumption and boy weight change in postmenopausal women: results from the Women’s Health Initiative. International Journal of Obesity (2012) 36, 1158-1164.

    7. Wang L. et al. Alcohol Consumption, Weight Gain, and Risk of Becoming Overweight in Middle-aged and Older Women. Arch Intern Med. 2010;170(5):443-461.

    8. Wannamethee SG e.a. Alcohol Intake and 8-Year Weight Gain in Women: A Prospective Study. Obesity Research 2004;12:1386-1396

    9. Westerterp-Plantenga MS, Verwegen CR. The appetizing effect of an apéritif in overweight and normal-weight humans. Am J Clin Nutr.\ 1999 Feb;69(2):205-12.

  • Osteoporose

    Osteoporose (botontkalking) komt relatief vaak voor bij oudere vrouwen. Naar schatting hebben in Nederland 133.000 vrouwen en 15.200 mannen. Dit komt overeen met 16,1 per 1.000 vrouwen en 1,9 per 1.000 mannen. Het aantal mensen met osteoporose neemt toe met de leeftijd en de toename is bij vrouwen veel sterker dan bij mannen (RIVM, 2013).

    In de meeste geïndustrialiseerde landen komt osteoporose steeds vaker voor. Dit komt door de stijging van de gemiddelde leeftijd van de bevolking, maar ook leefstijl en voedingsfactoren verklaren een deel van deze stijging.
    Er zijn diverse onderzoeken gedaan naar het effecten van matige alcoholconsumptie op de botdichtheid. Maar de uitkomsten lopen nogal uiteen. Toch zijn er steeds meer aanwijzingen dat er bij vrouwen (na de menopauze) een positief verband is tussen matige alcoholconsumptie en de sterkte van de botten.

    Langdurige overmatige alcoholconsumptie, vooral piekgebruik, leidt echter tot ongunstige veranderingen in de botdichtheid en een groter risico op botbreuken. Daarbij speelt echter ook mee dat bij overmatige alcoholconsumptie het risico toeneemt om te vallen.

    Matige alcoholconsumptie
    Diverse epidemiologische studies laten zien dat matige alcoholconsumptie geassocieerd is met een kleiner risico op botbreuken bij postmenopauzale vrouwen (Hansen, 1991; Felson, 1995; Maurel, 2012). In een ander onderzoek (Diez, 1997) werd gevonden dat vrouwen boven de 65 die op meer dan 5 dagen per week matig alcohol consumeerden, een kleiner risico hadden op misvormingen aan de rugwervels dan zij die minder dan 1 keer per week alcohol consumeerden. In hoeverre voldoende gecorrigeerd is voor andere leefstijlfactoren, is bij dergelijke studies niet altijd helemaal duidelijk. Recentere onderzoeken onderschrijven het positieve verband tussen matig alcoholconsumptie en minerale botdichtheid bij postmenopauzale vrouwen (Kanis, 2005) en bij mannen boven de 65 (Cawthon, 2006). Ook bij een studie met premenopausale eeneiige vrouwelijke tweelingen werd gevonden dat matige alcoholconsumptie niet schadelijk en mogelijk zelf beschermend is voor de botgezondheid (Williams, 2005). Het beschermende effect van alcohol zou het resultaat kunnen zijn van verlaagde parathyroid hormoon concentraties of van een hoger oestrogeen gehalte (Rapuri, 2000).

    Een overzichtsartikel uit 2012 heeft voor wat betreft de relatie tussen botgezondheid en matige alcoholconsumptie op basis van een 6-tal studies weergegeven dat matige consumptie van 1 tot 2 glazen per dag een overwegend positief effect heeft op de botgezondheid, met name bij vrouwen na de menopauze (Maurel, 2012).

    Overmatige alcoholconsumptie
    Bij langdurige overmatige alcoholconsumptie laten vrijwel alle epidemiologische studies een negatief effect zien op de botaanmaak (Hannan, 2000). Ook in 2012 is in een review vastgesteld dat langdurige excessieve alcoholconsumptie gerelateerd is aan zwakkere botten (Maurel, 2012). Dit is met name het geval bij overmatige alcoholconsumptie door adolescenten en jongvolwassenen. De piekbotmassa komt hierdoor op een lager niveau te liggen en hiermee neemt het risico toe om op latere leeftijd osteoporose te ontwikkelen. Ook het drinkpatroon is van invloed. Piekconsumptie heeft een negatief effect op de botgezondheid (Maurel, 2012). Er zijn aanwijzingen dat overmatig alcoholconsumptie een effect zou hebben op de osteoblasten, waardoor de botaanmaak wordt vertraagd. Het specifieke mechanisme waardoor alcohol de botgezondheid beïnvloedt, is nog niet opgehelderd.
    In dierproeven bleek dat het effect van overmatige alcoholconsumptie tijdens de adolescentie en jongvolwassenheid op de botgezondheid irreversibel is en er werd na het stoppen van de alcoholconsumptie geen ‘inhaalslag’ gezien. Of dit bij mensen ook het geval is moet nog nader worden onderzocht.

    Referenties

    1. Cawthon PM e.a. Alcohol Intake and Its Relationship with Bone Mineral Density, Falls, and Fracture Risk in Older Men. J of the Am Geriatrics Soc 2006; 54:1649–1657.

    2. Diez NM e.a. Influence of alcohol consumption on the risk of vertebral deformity. Osteoporosis International 1997; 7:65–71.

    3. Felson DT e.a. Alcohol intake and bone mineral density in elderly men and women - The Framingham Study. American Journal of Epidemiology 1995; 142:485–492.

    4. Hannan MT e.a. Risk factors for longitudinal bone loss in elderly men and women: The Framingham osteoporosis study. Journal of Bone and Mineral Research 2000; 15:710–720.

    5. Hansen MA e.a. Potential risk factors for development of postmenopausal osteoporosis—Examined over a 12–year period. Osteoporosis International 1:95–102, 1991.

    6. Kanis JA e.a. Alcohol intake as a risk factor for fracture. Osteoporos Int 2005; 16(7):737-42.

    7. Maurel DB e.a. Alcohol and bone: review of dose effects and mechanisms. Osteoporos Int; 2012: 23: 1-16.

    8. Rapuri PB et al. Alcohol intake and bone metabolism in elderly women. Am J Clin Nutr 2000; 72:1206 – 13.

    9. RIVM Nationaal Kompas Volksgezondheid, 2013.

    10. Williams FM e.a. The effect of moderate alcohol consumption on bone mineral density: a study of female twins. Ann Rheum Dis. 2005; 64(2):309-10.

  • Verslaving

    Vaak teveel alcohol drinken kan leiden tot alcoholverslaving (alcoholafhankelijkheid). Op grond van bevolkingsonderzoek wordt geschat dat alcoholverslaving voorkomt bij ongeveer 0,75% van de volwassen (18-64 jaar) bevolking van Nederland: ruim 78.400 mensen (53.100 mannen en 25.300 vrouwen) in 2007 (RIVM, 2013).

    Bij alcoholverslaving (ook wel alcoholafhankelijkheid genoemd) is er sprake van een sterke aandrang om te drinken. Men heeft minder controle over hoeveel men drinkt en er treedt een soort gewenning (tolerantie) op. Hierdoor moet de hoeveelheid alcohol steeds verder toenemen om hetzelfde effect te blijven voelen. Als men stopt met drinken treden er onthoudingsverschijnselen op, zoals zweten, trillen, braken, angstaanvallen. Bij alcoholverslaving zal er op termijn lichamelijke schade (zoals neurologische stoornissen, leveraandoeningen) of geestelijke schade (zoals depressies en angststoornissen) ontstaan.

    Alcoholafhankelijkheid is een ziekte waarbij erfelijke aanleg een grote rol speelt. De definities zijn vastgelegd in internationale standaarden zoals in de DSM-IV en in de ICD-10 (APA, 1994; WHO, 1992).

    Uit onderzoek blijkt dat het risico om alcoholisme te ontwikkelen wordt bepaald door een interactie van genetische factoren en omgevingsfactoren, zoals invloed van vrienden, stress en beschikbaarheid van alcohol. Alcoholisme blijkt binnen bepaalde families frequenter voor te komen dan binnen andere families. Eén op de drie alcoholisten heeft minimaal één ouder die ook alcoholist is. Dit doet vermoeden dat er daadwerkelijk een genetische factor in het spel is, maar bewijst het nog niet. Uit diverse studies met één- twee-eiïge tweelingen en met geadopteerde kinderen blijkt echter dat er inderdaad een genetische factor in het spel is, die waarschijnlijk minimaal 50% van het risico op het ontwikkelen van alcoholverslaving verklaart (Ferguson, 1997). Welke specifieke genen hierbij betrokken zijn, is nog onderwerp van verder wetenschappelijk onderzoek (Whitfield, 2005). In 2012 is in een studie vastgesteld dat bij stevige drinkers na alcoholconsumptie in de beloningscentra in de hersenen meer van bepaalde opwekkende endorfinen worden aangemaakt dan bij lichte drinkers. Deze endorfinen veroorzaken een prettig, opgewekt gevoel en kunnen uiteindelijk leiden tot overconsumptie. Dit zou voor een deel de verslavende werking van alcohol kunnen verklaren (Mitchell, 2012).

    Alcoholverslaving kan in veel gevallen met succes worden behandeld. De meeste alcoholisten hebben hierbij externe hulp nodig. Daarbij wordt veelal gebruik gemaakt van individuele advisering in combinatie met medicatie. Er is echter geen ‘standaard oplossing’ die voor iedereen succesvol is.
    Veel alcoholisten ontkennen echter dat zij een probleem hebben en dit bemoeilijkt de behandeling van alcoholverslaafden. Maar zelfs als een alcoholist al lange tijd niet gedronken heeft, blijft er een risico op terugval. Daarom wordt ex-alcoholisten meestal geadviseerd om alcoholhoudende drank te vermijden.

    Referenties

    1. American Psychiatric Association. Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, Fourth Edition. Washington, D.C.: the Association, 1994.

    2. Ferguson RA, Goldberg DM. Genetic markers of alcohol abuse. Clin Chim Acta 1997 Jan 17;257(2):199-250.

    3. Mitchell JM et al. Alcohol consumption induces endogenous opioid release in the human orbitofrontal cortex and nucleus accumbens. Science Translational Medicine, Vol 4: 116 ( 2012), Art No 116ra6.

    4. RIVM. Nationaal Kompas Volksgezondheid, 2013.

    5. World Health Organization. The ICD-10 Classification of Mental and Behavioural Disorders: Clinical Descriptions and Diagnostic Guidelines, Tenth Revision. Geneva: World Health Organization, 1992.

    6. Whitfield JB; Alcohol and gene interactions. Clin Chem Lab Med 2005;43(5):480-7.

  • Zwangerschap

    Voor vrouwen die zwanger willen worden of zwanger zijn is het advies: geen alcohol drinken. Het is namelijk op basis van onderzoek niet mogelijk om een veilige ondergrens voor alcoholconsumptie vast te stellen waarvan met zekerheid kan worden gezegd dat er geen effect is op de vruchtbaarheid en op de zwangerschap. Door alcohol kan het risico op een miskraam, groeiachterstand en andere complicaties toenemen. Hoe meer men drinkt hoe groter het risico en hoe ernstiger de effecten. Dit advies geldt gedurende de gehele zwangerschapsperiode.

    Ook aan toekomstige vaders wordt aangeraden om rond de conceptie geen alcohol te drinken.  
    Als je borstvoeding geeft, moet je uitkijken met alcohol. De alcohol komt via het bloed rechtstreeks in de moedermelk. Na het drinken van één glas alcohol bevat de borstvoeding pas na drie uur geen alcohol meer. Daarom is het niet verstandig om binnen 3 uur vóór het geven van borstvoeding alcohol te drinken. Daarna een enkel glaasje kan eventueel wel.

    Een review uit 2007 gaat in op de relatie tussen licht tot matige alcoholconsumptie en een miskraam, doodgeboorte, vroeggeboorte, geboortegewicht en misvormingen. Op basis van 46 studies, waarvan de kwaliteit nogal wisselend was, is geconcludeerd dat er geen overtuigend bewijs is van negatieve effecten van lichte tot matige alcoholconsumptie tijdens de zwangerschap op de foetus/het kind (Henderson, 2007). Een patiënt-controlestudie (Rasch, 2003) toont aan dat er bij 5 glazen alcohol per week of meer een risicoverhogend effect is op een miskraam. Hierbij gaat het waarschijnlijk om een dosis-effectrelatie. Het effect trad soms al op in onderzoeksgroepen met een alcoholconsumptie van minder dan 1 glas per dag. In de groepen die meer dan 1 glas alcohol per dag consumeerden werd vrijwel in alle gevallen een risicoverhogend effect gevonden. De schattingen van de mate waarin het risico verhoogd wordt, lopen sterk uiteen, van 20% tot 500% (Gezondheidsraad, 2005). Er zijn indicaties dat ook matige alcoholconsumptie de latere psychomotorische ontwikkeling van het kind ongunstig beïnvloedt (Sood, 2001) maar er zijn ook studies waarin dit effect niet wordt bevestigd. Naarmate een zwangere vrouw meer alcohol drinkt, nemen de risico’s lineair toe. Bovendien lijkt ook het drinkpatroon van invloed te zijn: ‘piekgebruik’ vergroot de bovengenoemde risico’s nog extra. Echter, een epidemiologisch studie uit 2010 onder ruim 11.500 kinderen waarvan de moeders tijdens de zwangerschap 1 of 2 alcoholhoudende consumpties per week dronken (lichte alcoholconsumptie) laat zien dat kinderen op de leeftijd van 5 jaar niet vaker last hebben van sociaal-emotionele problemen of leerproblemen dan kinderen van vrouwen die geen alcohol dronken tijdens de zwangerschap (Kelly, 2010).

    Er lijken behoorlijke individuele verschillen te zijn hoe zwangere vrouwen kleine hoeveelheden alcohol metaboliseren. Dit is afhankelijk van de fysiologische karakteristieken van de moeder. De effecten op de baby zijn verder afhankelijk van het moment van blootstelling aan alcohol. De hersenen van baby’s lijken echter in ieder stadium van de zwangerschap gevoelig te zijn voor blootstelling aan alcohol. Voor het ontwikkelen van aangeboren afwijkingen is het eerste trimester de meest kritische periode. Voor de groei van de baby en voor de zwangerschapsduur lijkt alcoholconsumptie in het tweede of derde trimester van de zwangerschap juist een grotere risicofactor te zijn.

    Consumptie van meer dan zes glazen alcoholhoudende drank per dag tijdens de zwangerschap kan leiden tot ernstige aangeboren afwijkingen, zoals het Foetaal Alcohol Syndroom (FAS). FAS-kinderen vertonen groeiafwijkingen, hersenletsel en afwijkende gelaatstrekken. (Mukherjee, 2005; Gezondheidsraad, 2005).

    Referenties

    1. Gezondheidsraad. Risico’s van alcoholgebruik bij conceptie, zwangerschap en borstvoeding. Den Haag: Gezondheidsraad 2005; publicatie nr 2004/22.

    2. Henderson J e.a. Systematic review of effects of low-moderate prenatal alcohol exposure on pregnancy outcome. BJOG 2007; 114(3):243-52.

    3. Kelly YJ et al. Light drinking during pregnancy: still no increased risk for socioemotional difficulties of cognitive deficits at 5 years of age? J. Epidemiol Community Health 2010. Epub ahead of print, October 2010.

    4. Mukherjee RA e.a. Low level alcohol consumption and the fetus. BMJ 2005 Feb 19; 330(7488):375-6.

    5. Rasch V. Cigarette, alcohol, and caffeine consumption: risk factors for spontaneous abortion. Acta Obstet Gynecol Scand 2003; 82(2):182-188.

    6. Sood B e.a. Prenatal alcohol exposure and childhood behaviour at age 6-7 years: dose response effect. Paediatrics 2001; 108:e34-5.

Links

  • Links voorlichting en onderzoek

    Voedingscentrum                                                                                 
    Stichting Verantwoord Alcoholgebruik                                                
    Drinktest                                                                                                            
    Trimbos     
    Alcoholrichtlijn                                                                               

     

    Internationaal
    SpiritsEUROPE                                                                             
    International Alliance for Responsible Drinking  

Nieuws

  • Alcohol belangrijkste gezondheidsfactor Mediterrane dieet

    Matige alcoholconsumptie zorgt van alle onderdelen in het klassieke Mediterrane dieet voor de grootste verlaging in het overlijdensrisico bij diabetici. Italiaanse medici concluderen dit aan de hand van langdurig lopend onderzoek bij 25.000 mensen die nauwkeurig worden gevolgd.

    Een score-systeem op basis van de inname van zeven onderdelen – graan, groente, fruit, noten, vis, de verhouding enkelvoudig onverzadigde vetzuren en verzadigde vetzuren, en matige alcoholconsumptie – waarvan positief effect verwacht, en twee – melkproducten en vlees – waarvan negatief effect werd verwacht, levert gegevens op voor de voor- en nadelen van elk afzonderlijk onderdeel van het Mediterrane dieet.

    Matige alcoholconsumptie leverde hierbij duidelijk het grootste verschil op. Wanneer deze factor buiten beschouwing werd gelaten, zorgde dit voor een reductie van 14,7 procent in de totale bescherming tegen mortaliteit die het dieet oplevert bij diabetici.

    Het was al langer bekend dat alcohol kon zorgen voor een lager risico op diabetes, en nu blijkt dus dat, wanneer men reeds diabetespatiënt is,  alcoholconsumptie ook een rol kan spelen bij een betere levensverwachting. (Bron: European Journal of Preventive Cardiology, 2015).

  • Alcohol past in paleodieet

    De voorouders van de mens konden tien miljoen jaar geleden al alcohol verteren. Dat schreven Amerikaanse evolutiebiologen in november 2014 in Proceedings of the National Academy of Sciences. Indertijd ontstond een mutatie in een enzym dat alcohol afbreekt. Mensapen gingen toen meer op de grond leven. Door de mutatie konden de voorouders van mensachtigen rottend fruit verdragen. Daarin kan veel alcohol zitten. Mensen, gorilla’s, chimpansees en bonobo’s bezitten het aangepaste enzym. (Bron: NRC, december 2014). 

  • Drankje houdt oudere fitter

    Ouderen die regelmatig alcohol drinken, zijn fitter en hebben minder moeite met bewegen. Dat concluderen wetenschappers van het Londense University College in een onderzoek naar drinkgewoontes en conditie van dertigduizend mensen in de leeftijdscategorie 45-69. Mensen die zo’n vier keer per week een glas wijn, bier of sterke drank dronken, bleken soepeler te zijn. Geheelonthouders daarentegen, blijken tot 27 procent meer kans te hebben op bewegingsproblemen en een slechtere conditie te hebben. (Bron: AD, 18 augustus 2014)

  • Half glas alcohol per dag vermindert risico op baarmoederhalskanker fors

    Grootschalig onderzoek van Nurses Health Study onder 68.000 vrouwen in de leeftijdscategorie 34-59, heeft uitgewezen dat inname van een half glas alcohol per dag verband houdt met een 22 procent lager risico op baarmoederhalskanker in vergelijking met geheelonthouding van alcohol. Welke soort drank er werd genomen, maakte geen verschil. Mogelijk hangt dit verband samen met de verlagende invloed die alcohol heeft op de insulineconcentraties in het bloed, en een verbeterde insulinegevoeligheid. Insuline kan de groei van endometriale cellen stimuleren, wat het risico op baarmoederhalskanker groter maakt. Lichte inname van alcohol zou dit op deze manier indirect tegengaan. (Bron: British Journal of Cancer, 2014). 

  • Invloed van matige alcoholconsumptie op het geestelijk en lichamelijk welbevinden

    Alcohol wordt al sinds mensenheugenis gedronken, vooral om te ontspannen en plezier te hebben. Het drinken van alcohol heeft daarnaast ook duidelijke effecten op de gezondheid: alcoholmisbruik heeft sterke gezondheidsnadelen, terwijl matige alcoholconsumptie ook gezondheidsvoordelen heeft. De invloed van matige alcoholconsumptie (niet meer dan 1 glas per dag voor vrouwen en niet meer dan 2 glazen per dag voor mannen) op het welbevinden was nog onduidelijk voor veel voorkomende situaties, zoals het drinken van een glaasje alcohol bij de maaltijd. Het doel van dit proefschrift was daarom om de invloed van matige alcoholconsumptie op het geestelijk welbevinden en hieraan gerelateerde gezondheidsparameters verder te onderzoeken. In verschillende onderzoeken, uitgevoerd bij TNO, hebben wij aangetoond dat matige alcoholconsumptie op korte termijn het geestelijk welbevinden kan verbeteren. Dit volgt uit een verbeterde stemming in een ongezellige omgeving, een sterkere afname in stresshormonen na stress en het meer genieten van hartige voeding. Daarnaast kan matige alcoholconsumptie het lichamelijk welbevinden verbeteren door bij vrouwen de insulinegevoeligheid te verbeteren.

    Overmatig drinken of piekgebruik (bijvoorbeeld in het weekend veel meer dan 3 consumpties) is onverstandig. Het heeft sterke gezondheidsnadelen en wordt daarom afgeraden.

    Bron: Promotieonderzoek Ilse Schrieks (TNO, ondersteund door SAR)

  • Matig alcoholgebruik kan leververvetting voorkomen

    Japans onderzoekers meldden dat leververvetting – de ophoping van vet in de levercellen – kan worden voorkomen door licht tot matig alcoholgebruik. Dit concludeerden zij naar aanleiding van onderzoek onder meer dan 5000 gezonde Japanners die gedurende tien jaar werden gevolgd. Bij mannen werd een duidelijke correlatie gesignaleerd tussen licht tot matige alcoholconsumptie en een verkleinde kans op de leveraandoening. (Bron: Journal of Gastrointerology and hepotology, 2014).

  • Matige alcoholconsumptie als onderdeel gezond dieet

    Zweeds onderzoek onder 20.000 gezonde mannen die gedurende elf jaar werden gevolgd, toonde aan dat matige alcoholconsumptie in combinatie met een gezond dieet leidde tot een verkleinde kans op een hartaanval. Wetenschappers durfden naar aanleiding van deze resultaten te voorspellen dat maar liefst vier van de vijf hartaanvallen kunnen worden voorkomen  met de keuze voor zogenaamd ‘laag risicogedrag’. (bron: Journal of American College of Cardiology, 2014).

  • Mogelijk minder heupfracturen door lichte alcoholconsumptie

    Lichte alcoholconsumptie kan het risico op een heupfractuur bij een val verkleinen. Een internationaal tijdschrift over reumatische aandoeningen heeft hierover recentelijk gepubliceerd. Japanse onderzoekers voerden een grootschalig database onderzoek uit in PUBMED en EMBASE, onder 18 langlopende studies over de relatie tussen alcohol en het risico op heupfracturen. Bijna vier miljoen deelnemers werden in dit onderzoek meegenomen.

    Hierbij werd een J-vormig verband geconstateerd tussen alcoholconsumptie en het risico op heupfracturen, met een lager risico bij een gerapporteerde consumptie van 1 drankje per dag, geen effect bij tussen de 1 en 5 drankjes per dag, en een groeiend risico bij meer dan 5 drankjes per dag. De “bescherming” van 1 drankje per dag kan mogelijk worden verklaard door de effecten van alcohol op sterkere minerale botdensiteit. (Bron: Osteoporosis International, 2015).

  • Risico op Alzheimer verkleinen met lage inname van alcohol

    Recent neurobiologisch onderzoek heeft het mechanisme tussen lage inname van alcohol en het risico op Alzheimer en samenhangende functioneringsproblemen in het zenuwstelsel onderzocht. Alcohol verbetert het cognitieve proces van het leren en herinneren. Een lage concentratie alcohol vermindert de wildgroei van het aminozuur Amyloid-ß peptide in zenuwcellen, wat een belangrijke rol speelt bij het ontstaan van de ziekte van Alzheimer. Matige alcoholinname kan op die manier bijdragen aan het voorkomen van verklevingen in zenuwcellen en bloedvaten, de verlaging van mitochondriale activiteit, de verminderde werking van eiwitcomplexen en de vergiftiging van interne verbindingen in zenuwcellen. (bron: Neurobiology of Aging, december 2014).

Publicaties

  • Alcoholverbod voor jongeren werkt averechts voor studenten

    Het verbod op alcohol voor jongeren maakt de kans op een alcoholverslaving als volwassene groter. Vooral studenten hebben een groter risico om verslaafd te raken Dit zeiden wetenschappers tijdens het Science Café Utrecht over kicks van Studium Generale. in november 2016. 

    Download nieuwsbericht.

  • De invloed van matige alcoholconsumptie op het geestelijk en lichamelijk welbevinden

    Dit is een samenvatting van het promotieondezoek waar Ilse Schrieks onlangs op is gepromoveerd en dat met steun van de Stichting Alcoholresearch tot stand is gekomen. Dit was het laatste promotieonderzoek naar de effecten van gematigde alcoholconsumptie op het menselijk lichaam dat vanuit SAR door TNO is uitgevoerd.

    Samenvatting in PDF.

  • Factsheets
Bezoekadres: Smidswater 27, 2514 BW Den Haag | Postadres: Postbus 242, 2501 CE Den Haag | Telefoon: 085 - 273 60 75 | E-mail: info@spiritsnl.nl
Rekeningnummer: NL34ABNA0622643142 | BTW-nummer: NL 81.03.11.756.B.01 | KVK-nummer: 34167199